Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Klagen

klagen = quejarse

Infinitivo
klagen
Pasado
klaagde · klaagden
Perfecto
heeft geklaagd

Respuesta rápida

Klagen significa quejarse. Pasado: klaagde (singular) y klaagden (plural). Participio: geklaagd, con hebben: ik heb geklaagd.

Practica klagen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikklaag
jijklaagt
hij/zij/hetklaagt
wijklagen
jullieklagen
zijklagen

Pasado (verleden tijd)

ikklaagde
jijklaagde
hij/zij/hetklaagde
wijklaagden
jullieklaagden
zijklaagden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geklaagd
jijhebt geklaagd
hij/zij/hetheeft geklaagd
wijhebben geklaagd
julliehebben geklaagd
zijhebben geklaagd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geklaagd
jijhad geklaagd
hij/zij/hethad geklaagd
wijhadden geklaagd
julliehadden geklaagd
zijhadden geklaagd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal klagen
jijzult klagen
hij/zij/hetzal klagen
wijzullen klagen
julliezullen klagen
zijzullen klagen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou klagen
jijzou klagen
hij/zij/hetzou klagen
wijzouden klagen
julliezouden klagen
zijzouden klagen

Practica klagen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es klaag. En el infinitivo klagen hay una g antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (klaagde, klaagden) y el participio termina en -d (geklaagd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij klaagt, pero klaag jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de klagen?

klaagde (ik, jij, hij/zij/het) y klaagden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de klagen?

geklaagd, con hebben: ik heb geklaagd.

¿El verbo klagen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geklaagd, hij heeft geklaagd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.