Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular

Vertrekken conjugation

vertrekken = to depart or leave

Infinitive
vertrekken
Past
vertrok · vertrokken
Perfect
is vertrokken

Quick answer

Vertrekken means to depart or leave. Past tense: vertrok (singular) and vertrokken (plural). Past participle: vertrokken, with zijn: ik ben vertrokken.

Practise vertrekken

Present (tegenwoordige tijd)

ikvertrek
jijvertrekt
hij/zij/hetvertrekt
wijvertrekken
jullievertrekken
zijvertrekken

Past (verleden tijd)

ikvertrok
jijvertrok
hij/zij/hetvertrok
wijvertrokken
jullievertrokken
zijvertrokken

Perfect (voltooide tijd)

ikben vertrokken
jijbent vertrokken
hij/zij/hetis vertrokken
wijzijn vertrokken
julliezijn vertrokken
zijzijn vertrokken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas vertrokken
jijwas vertrokken
hij/zij/hetwas vertrokken
wijwaren vertrokken
julliewaren vertrokken
zijwaren vertrokken

Future (toekomende tijd)

ikzal vertrekken
jijzult vertrekken
hij/zij/hetzal vertrekken
wijzullen vertrekken
julliezullen vertrekken
zijzullen vertrekken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vertrekken
jijzou vertrekken
hij/zij/hetzou vertrekken
wijzouden vertrekken
julliezouden vertrekken
zijzouden vertrekken

Practise vertrekken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: vertrekken, vertrok, vertrokken.
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: vertrokken.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij vertrekt, but vertrek jij?
  • Perfect tense with zijn: ik ben vertrokken, not ik heb vertrokken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vertrekken?

vertrok (ik, jij, hij/zij/het) and vertrokken (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vertrekken?

vertrokken, with zijn: ik ben vertrokken.

Is vertrekken used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben vertrokken, hij is vertrokken.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.