Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A1 · Verbo modal

Conjugación de Kunnen

kunnen = poder

Infinitivo
kunnen
Pasado
kon · konden
Perfecto
heeft gekund

Respuesta rápida

Kunnen significa poder. Pasado: kon (singular) y konden (plural). Participio: gekund, con hebben: ik heb gekund.

Practica kunnen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkan
jijkunt
hij/zij/hetkan
wijkunnen
julliekunnen
zijkunnen

Pasado (verleden tijd)

ikkon
jijkon
hij/zij/hetkon
wijkonden
julliekonden
zijkonden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gekund
jijhebt gekund
hij/zij/hetheeft gekund
wijhebben gekund
julliehebben gekund
zijhebben gekund

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gekund
jijhad gekund
hij/zij/hethad gekund
wijhadden gekund
julliehadden gekund
zijhadden gekund

Futuro (toekomende tijd)

ikzal kunnen
jijzult kunnen
hij/zij/hetzal kunnen
wijzullen kunnen
julliezullen kunnen
zijzullen kunnen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou kunnen
jijzou kunnen
hij/zij/hetzou kunnen
wijzouden kunnen
julliezouden kunnen
zijzouden kunnen

Practica kunnen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo modal: suele ir seguido de un infinitivo al final de la frase, por ejemplo: Ik kan morgen komen.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de kunnen?

kon (ik, jij, hij/zij/het) y konden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de kunnen?

gekund, con hebben: ik heb gekund.

¿El verbo kunnen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gekund, hij heeft gekund.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.