Niveau A1 · Modaal werkwoord
Vervoeging van Kunnen
kunnen = can, to be able
- Hele werkwoord
- kunnen
- Verleden tijd
- kon · konden
- Voltooide tijd
- heeft gekund
Kort antwoord
Kunnen is in het Engels can, to be able. Verleden tijd: kon (enkelvoud) en konden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekund, met hebben: ik heb gekund.
Oefen kunnenTegenwoordige tijd
| ik | kan |
| jij | kunt |
| hij/zij/het | kan |
| wij | kunnen |
| jullie | kunnen |
| zij | kunnen |
Verleden tijd
| ik | kon |
| jij | kon |
| hij/zij/het | kon |
| wij | konden |
| jullie | konden |
| zij | konden |
Voltooide tijd
| ik | heb gekund |
| jij | hebt gekund |
| hij/zij/het | heeft gekund |
| wij | hebben gekund |
| jullie | hebben gekund |
| zij | hebben gekund |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gekund |
| jij | had gekund |
| hij/zij/het | had gekund |
| wij | hadden gekund |
| jullie | hadden gekund |
| zij | hadden gekund |
Toekomende tijd
| ik | zal kunnen |
| jij | zult kunnen |
| hij/zij/het | zal kunnen |
| wij | zullen kunnen |
| jullie | zullen kunnen |
| zij | zullen kunnen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou kunnen |
| jij | zou kunnen |
| hij/zij/het | zou kunnen |
| wij | zouden kunnen |
| jullie | zouden kunnen |
| zij | zouden kunnen |
Oefen kunnen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Modaal werkwoord: er volgt meestal een infinitief aan het eind van de zin, bijvoorbeeld: Ik kan morgen komen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van kunnen?
kon (ik, jij, hij/zij/het) en konden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van kunnen?
gekund, met hebben: ik heb gekund.
Gebruik je kunnen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gekund, hij heeft gekund.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.