Level A1 · Regular
Maken conjugation
maken = to make
- Infinitive
- maken
- Past
- maakte · maakten
- Perfect
- heeft gemaakt
Quick answer
Maken means to make. Past tense: maakte (singular) and maakten (plural). Past participle: gemaakt, with hebben: ik heb gemaakt.
Practise makenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | maak |
| jij | maakt |
| hij/zij/het | maakt |
| wij | maken |
| jullie | maken |
| zij | maken |
Past (verleden tijd)
| ik | maakte |
| jij | maakte |
| hij/zij/het | maakte |
| wij | maakten |
| jullie | maakten |
| zij | maakten |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gemaakt |
| jij | hebt gemaakt |
| hij/zij/het | heeft gemaakt |
| wij | hebben gemaakt |
| jullie | hebben gemaakt |
| zij | hebben gemaakt |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gemaakt |
| jij | had gemaakt |
| hij/zij/het | had gemaakt |
| wij | hadden gemaakt |
| jullie | hadden gemaakt |
| zij | hadden gemaakt |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal maken |
| jij | zult maken |
| hij/zij/het | zal maken |
| wij | zullen maken |
| jullie | zullen maken |
| zij | zullen maken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou maken |
| jij | zou maken |
| hij/zij/het | zou maken |
| wij | zouden maken |
| jullie | zouden maken |
| zij | zouden maken |
Practise maken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is maak. The infinitive maken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (maakte, maakten) and the participle ends in -t (gemaakt).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij maakt, but maak jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of maken?
maakte (ik, jij, hij/zij/het) and maakten (wij, jullie, zij).
What is the past participle of maken?
gemaakt, with hebben: ik heb gemaakt.
Is maken used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gemaakt, hij heeft gemaakt.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.