Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Lijden

lijden = sufrir

Infinitivo
lijden
Pasado
leed · leden
Perfecto
heeft geleden

Respuesta rápida

Lijden significa sufrir. Pasado: leed (singular) y leden (plural). Participio: geleden, con hebben: ik heb geleden.

Practica lijden

Presente (tegenwoordige tijd)

iklijd
jijlijdt
hij/zij/hetlijdt
wijlijden
jullielijden
zijlijden

Pasado (verleden tijd)

ikleed
jijleed
hij/zij/hetleed
wijleden
jullieleden
zijleden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geleden
jijhebt geleden
hij/zij/hetheeft geleden
wijhebben geleden
julliehebben geleden
zijhebben geleden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geleden
jijhad geleden
hij/zij/hethad geleden
wijhadden geleden
julliehadden geleden
zijhadden geleden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal lijden
jijzult lijden
hij/zij/hetzal lijden
wijzullen lijden
julliezullen lijden
zijzullen lijden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou lijden
jijzou lijden
hij/zij/hetzou lijden
wijzouden lijden
julliezouden lijden
zijzouden lijden

Practica lijden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

lijden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn opa al jaren aan reuma.

  2. Pasado

    Het volk veel tijdens de oorlog.

  3. Pretérito perfecto

    De boeren dit jaar veel schade .

  4. Oración subordinada

    Ik voel met haar mee omdat zij zo veel .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: lijden, leed, geleden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij lijdt, pero lijd jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de lijden?

leed (ik, jij, hij/zij/het) y leden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de lijden?

geleden, con hebben: ik heb geleden.

¿El verbo lijden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geleden, hij heeft geleden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.