Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Motiveren

motiveren = justificar, motivar

Infinitivo
motiveren
Pasado
motiveerde · motiveerden
Perfecto
heeft gemotiveerd

Respuesta rápida

Motiveren significa justificar, motivar. Pasado: motiveerde (singular) y motiveerden (plural). Participio: gemotiveerd, con hebben: ik heb gemotiveerd.

Practica motiveren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikmotiveer
jijmotiveert
hij/zij/hetmotiveert
wijmotiveren
julliemotiveren
zijmotiveren

Pasado (verleden tijd)

ikmotiveerde
jijmotiveerde
hij/zij/hetmotiveerde
wijmotiveerden
julliemotiveerden
zijmotiveerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gemotiveerd
jijhebt gemotiveerd
hij/zij/hetheeft gemotiveerd
wijhebben gemotiveerd
julliehebben gemotiveerd
zijhebben gemotiveerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gemotiveerd
jijhad gemotiveerd
hij/zij/hethad gemotiveerd
wijhadden gemotiveerd
julliehadden gemotiveerd
zijhadden gemotiveerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal motiveren
jijzult motiveren
hij/zij/hetzal motiveren
wijzullen motiveren
julliezullen motiveren
zijzullen motiveren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou motiveren
jijzou motiveren
hij/zij/hetzou motiveren
wijzouden motiveren
julliezouden motiveren
zijzouden motiveren

Practica motiveren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

motiveren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De leraar zijn leerlingen met leuke opdrachten.

  2. Pasado

    Zij haar keuze met een duidelijk verhaal.

  3. Pretérito perfecto

    Mijn baas ons goed .

  4. Oración subordinada

    Ik moet uitleggen waarom ik ontslag neem en dat goed .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es motiveer. En el infinitivo motiveren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (motiveerde, motiveerden) y el participio termina en -d (gemotiveerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij motiveert, pero motiveer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de motiveren?

motiveerde (ik, jij, hij/zij/het) y motiveerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de motiveren?

gemotiveerd, con hebben: ik heb gemotiveerd.

¿El verbo motiveren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gemotiveerd, hij heeft gemotiveerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.