Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Oordelen

oordelen = juzgar

Infinitivo
oordelen
Pasado
oordeelde · oordeelden
Perfecto
heeft geoordeeld

Respuesta rápida

Oordelen significa juzgar. Pasado: oordeelde (singular) y oordeelden (plural). Participio: geoordeeld, con hebben: ik heb geoordeeld.

Practica oordelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikoordeel
jijoordeelt
hij/zij/hetoordeelt
wijoordelen
jullieoordelen
zijoordelen

Pasado (verleden tijd)

ikoordeelde
jijoordeelde
hij/zij/hetoordeelde
wijoordeelden
jullieoordeelden
zijoordeelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geoordeeld
jijhebt geoordeeld
hij/zij/hetheeft geoordeeld
wijhebben geoordeeld
julliehebben geoordeeld
zijhebben geoordeeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geoordeeld
jijhad geoordeeld
hij/zij/hethad geoordeeld
wijhadden geoordeeld
julliehadden geoordeeld
zijhadden geoordeeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal oordelen
jijzult oordelen
hij/zij/hetzal oordelen
wijzullen oordelen
julliezullen oordelen
zijzullen oordelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou oordelen
jijzou oordelen
hij/zij/hetzou oordelen
wijzouden oordelen
julliezouden oordelen
zijzouden oordelen

Practica oordelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

oordelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik nooit snel over andere mensen.

  2. Pasado

    De rechter gisteren streng over de zaak.

  3. Pretérito perfecto

    Zij te snel over haar nieuwe collega .

  4. Oración subordinada

    Het is niet eerlijk als jullie zo snel over hem .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es oordeel. En el infinitivo oordelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (oordeelde, oordeelden) y el participio termina en -d (geoordeeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij oordeelt, pero oordeel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de oordelen?

oordeelde (ik, jij, hij/zij/het) y oordeelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de oordelen?

geoordeeld, con hebben: ik heb geoordeeld.

¿El verbo oordelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geoordeeld, hij heeft geoordeeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.