Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Posten

posten = vigilar

Infinitivo
posten
Pasado
postte · postten
Perfecto
heeft gepost

Respuesta rápida

Posten significa vigilar. Pasado: postte (singular) y postten (plural). Participio: gepost, con hebben: ik heb gepost.

Practica posten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikpost
jijpost
hij/zij/hetpost
wijposten
jullieposten
zijposten

Pasado (verleden tijd)

ikpostte
jijpostte
hij/zij/hetpostte
wijpostten
julliepostten
zijpostten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gepost
jijhebt gepost
hij/zij/hetheeft gepost
wijhebben gepost
julliehebben gepost
zijhebben gepost

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gepost
jijhad gepost
hij/zij/hethad gepost
wijhadden gepost
julliehadden gepost
zijhadden gepost

Futuro (toekomende tijd)

ikzal posten
jijzult posten
hij/zij/hetzal posten
wijzullen posten
julliezullen posten
zijzullen posten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou posten
jijzou posten
hij/zij/hetzou posten
wijzouden posten
julliezouden posten
zijzouden posten

Practica posten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

posten en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De bewaker elke nacht bij de poort.

  2. Pasado

    Vorige winter de soldaten urenlang in de kou.

  3. Pretérito perfecto

    Mijn broer de hele nacht voor de deur .

  4. Presente

    Jullie vanavond bij de ingang van het magazijn.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es post. En el infinitivo posten hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (postte, postten) y el participio termina en -t (gepost).

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de posten?

postte (ik, jij, hij/zij/het) y postten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de posten?

gepost, con hebben: ik heb gepost.

¿El verbo posten va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gepost, hij heeft gepost.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.