Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Reiken

reiken = alcanzar

Infinitivo
reiken
Pasado
reikte · reikten
Perfecto
heeft gereikt

Respuesta rápida

Reiken significa alcanzar. Pasado: reikte (singular) y reikten (plural). Participio: gereikt, con hebben: ik heb gereikt.

Practica reiken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikreik
jijreikt
hij/zij/hetreikt
wijreiken
julliereiken
zijreiken

Pasado (verleden tijd)

ikreikte
jijreikte
hij/zij/hetreikte
wijreikten
julliereikten
zijreikten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gereikt
jijhebt gereikt
hij/zij/hetheeft gereikt
wijhebben gereikt
julliehebben gereikt
zijhebben gereikt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gereikt
jijhad gereikt
hij/zij/hethad gereikt
wijhadden gereikt
julliehadden gereikt
zijhadden gereikt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal reiken
jijzult reiken
hij/zij/hetzal reiken
wijzullen reiken
julliezullen reiken
zijzullen reiken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou reiken
jijzou reiken
hij/zij/hetzou reiken
wijzouden reiken
julliezouden reiken
zijzouden reiken

Practica reiken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

reiken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Hij het kind de beker, want het kan er niet bij.

  2. Pasado

    De jongen naar de bovenste plank, maar hij was te klein.

  3. Pretérito perfecto

    Zij me gisteren de helpende hand .

  4. Oración subordinada

    Ik pak de pot, omdat jij er niet bij .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es reik. En el infinitivo reiken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (reikte, reikten) y el participio termina en -t (gereikt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij reikt, pero reik jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de reiken?

reikte (ik, jij, hij/zij/het) y reikten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de reiken?

gereikt, con hebben: ik heb gereikt.

¿El verbo reiken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gereikt, hij heeft gereikt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.