Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Rinkelen

rinkelen = tintinear

Infinitivo
rinkelen
Pasado
rinkelde · rinkelden
Perfecto
heeft gerinkeld

Respuesta rápida

Rinkelen significa tintinear. Pasado: rinkelde (singular) y rinkelden (plural). Participio: gerinkeld, con hebben: ik heb gerinkeld.

Practica rinkelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikrinkel
jijrinkelt
hij/zij/hetrinkelt
wijrinkelen
jullierinkelen
zijrinkelen

Pasado (verleden tijd)

ikrinkelde
jijrinkelde
hij/zij/hetrinkelde
wijrinkelden
jullierinkelden
zijrinkelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gerinkeld
jijhebt gerinkeld
hij/zij/hetheeft gerinkeld
wijhebben gerinkeld
julliehebben gerinkeld
zijhebben gerinkeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gerinkeld
jijhad gerinkeld
hij/zij/hethad gerinkeld
wijhadden gerinkeld
julliehadden gerinkeld
zijhadden gerinkeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal rinkelen
jijzult rinkelen
hij/zij/hetzal rinkelen
wijzullen rinkelen
julliezullen rinkelen
zijzullen rinkelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou rinkelen
jijzou rinkelen
hij/zij/hetzou rinkelen
wijzouden rinkelen
julliezouden rinkelen
zijzouden rinkelen

Practica rinkelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

rinkelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De sleutels in mijn zak bij elke stap.

  2. Pasado

    De bel boven de deur toen de klant binnenkwam.

  3. Pretérito perfecto

    De telefoon de hele ochtend .

  4. Oración subordinada

    Ik word wakker omdat de wekker om zeven uur .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es rinkel. En el infinitivo rinkelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (rinkelde, rinkelden) y el participio termina en -d (gerinkeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij rinkelt, pero rinkel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de rinkelen?

rinkelde (ik, jij, hij/zij/het) y rinkelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de rinkelen?

gerinkeld, con hebben: ik heb gerinkeld.

¿El verbo rinkelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gerinkeld, hij heeft gerinkeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.