Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Ruimen

ruimen = despejar, evacuar

Infinitivo
ruimen
Pasado
ruimde · ruimden
Perfecto
heeft geruimd

Respuesta rápida

Ruimen significa despejar, evacuar. Pasado: ruimde (singular) y ruimden (plural). Participio: geruimd, con hebben: ik heb geruimd.

Practica ruimen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikruim
jijruimt
hij/zij/hetruimt
wijruimen
jullieruimen
zijruimen

Pasado (verleden tijd)

ikruimde
jijruimde
hij/zij/hetruimde
wijruimden
jullieruimden
zijruimden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geruimd
jijhebt geruimd
hij/zij/hetheeft geruimd
wijhebben geruimd
julliehebben geruimd
zijhebben geruimd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geruimd
jijhad geruimd
hij/zij/hethad geruimd
wijhadden geruimd
julliehadden geruimd
zijhadden geruimd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal ruimen
jijzult ruimen
hij/zij/hetzal ruimen
wijzullen ruimen
julliezullen ruimen
zijzullen ruimen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ruimen
jijzou ruimen
hij/zij/hetzou ruimen
wijzouden ruimen
julliezouden ruimen
zijzouden ruimen

Practica ruimen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

ruimen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De gemeente elke ochtend het zwerfvuil in het park.

  2. Pasado

    De brandweer gisteren het hele gebouw.

  3. Pretérito perfecto

    Wij vorige week de zolder .

  4. Oración subordinada

    Het publiek moest naar buiten omdat de politie de zaal .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es ruim. En el infinitivo ruimen hay una m antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (ruimde, ruimden) y el participio termina en -d (geruimd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij ruimt, pero ruim jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de ruimen?

ruimde (ik, jij, hij/zij/het) y ruimden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de ruimen?

geruimd, con hebben: ik heb geruimd.

¿El verbo ruimen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geruimd, hij heeft geruimd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.