Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Schenken

schenken = dar, servir

Infinitivo
schenken
Pasado
schonk · schonken
Perfecto
heeft geschonken

Respuesta rápida

Schenken significa dar, servir. Pasado: schonk (singular) y schonken (plural). Participio: geschonken, con hebben: ik heb geschonken.

Practica schenken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikschenk
jijschenkt
hij/zij/hetschenkt
wijschenken
jullieschenken
zijschenken

Pasado (verleden tijd)

ikschonk
jijschonk
hij/zij/hetschonk
wijschonken
jullieschonken
zijschonken

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geschonken
jijhebt geschonken
hij/zij/hetheeft geschonken
wijhebben geschonken
julliehebben geschonken
zijhebben geschonken

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geschonken
jijhad geschonken
hij/zij/hethad geschonken
wijhadden geschonken
julliehadden geschonken
zijhadden geschonken

Futuro (toekomende tijd)

ikzal schenken
jijzult schenken
hij/zij/hetzal schenken
wijzullen schenken
julliezullen schenken
zijzullen schenken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou schenken
jijzou schenken
hij/zij/hetzou schenken
wijzouden schenken
julliezouden schenken
zijzouden schenken

Practica schenken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

schenken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Zij de gasten een kop koffie.

  2. Pasado

    De rijke man veel geld aan het ziekenhuis.

  3. Pretérito perfecto

    Wij onze oude boeken aan de bibliotheek .

  4. Oración subordinada

    Ik vind het fijn als jij mij een glas wijn .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: schenken, schonk, geschonken.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij schenkt, pero schenk jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de schenken?

schonk (ik, jij, hij/zij/het) y schonken (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de schenken?

geschonken, con hebben: ik heb geschonken.

¿El verbo schenken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geschonken, hij heeft geschonken.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.