Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Solliciteren

solliciteren = solicitar un empleo

Infinitivo
solliciteren
Pasado
solliciteerde · solliciteerden
Perfecto
heeft gesolliciteerd

Respuesta rápida

Solliciteren significa solicitar un empleo. Pasado: solliciteerde (singular) y solliciteerden (plural). Participio: gesolliciteerd, con hebben: ik heb gesolliciteerd.

Practica solliciteren

Presente (tegenwoordige tijd)

iksolliciteer
jijsolliciteert
hij/zij/hetsolliciteert
wijsolliciteren
julliesolliciteren
zijsolliciteren

Pasado (verleden tijd)

iksolliciteerde
jijsolliciteerde
hij/zij/hetsolliciteerde
wijsolliciteerden
julliesolliciteerden
zijsolliciteerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gesolliciteerd
jijhebt gesolliciteerd
hij/zij/hetheeft gesolliciteerd
wijhebben gesolliciteerd
julliehebben gesolliciteerd
zijhebben gesolliciteerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gesolliciteerd
jijhad gesolliciteerd
hij/zij/hethad gesolliciteerd
wijhadden gesolliciteerd
julliehadden gesolliciteerd
zijhadden gesolliciteerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal solliciteren
jijzult solliciteren
hij/zij/hetzal solliciteren
wijzullen solliciteren
julliezullen solliciteren
zijzullen solliciteren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou solliciteren
jijzou solliciteren
hij/zij/hetzou solliciteren
wijzouden solliciteren
julliezouden solliciteren
zijzouden solliciteren

Practica solliciteren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es solliciteer. En el infinitivo solliciteren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (solliciteerde, solliciteerden) y el participio termina en -d (gesolliciteerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij solliciteert, pero solliciteer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de solliciteren?

solliciteerde (ik, jij, hij/zij/het) y solliciteerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de solliciteren?

gesolliciteerd, con hebben: ik heb gesolliciteerd.

¿El verbo solliciteren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gesolliciteerd, hij heeft gesolliciteerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.