Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, separable

Voorstellen conjugation

voorstellen = to introduce, propose

Infinitive
voorstellen
Past
stelde voor · stelden voor
Perfect
heeft voorgesteld

Quick answer

Voorstellen means to introduce, propose. Past tense: stelde voor (singular) and stelden voor (plural). Past participle: voorgesteld, with hebben: ik heb voorgesteld.

Practise voorstellen

Present (tegenwoordige tijd)

ikstel voor
jijstelt voor
hij/zij/hetstelt voor
wijstellen voor
julliestellen voor
zijstellen voor

Past (verleden tijd)

ikstelde voor
jijstelde voor
hij/zij/hetstelde voor
wijstelden voor
julliestelden voor
zijstelden voor

Perfect (voltooide tijd)

ikheb voorgesteld
jijhebt voorgesteld
hij/zij/hetheeft voorgesteld
wijhebben voorgesteld
julliehebben voorgesteld
zijhebben voorgesteld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad voorgesteld
jijhad voorgesteld
hij/zij/hethad voorgesteld
wijhadden voorgesteld
julliehadden voorgesteld
zijhadden voorgesteld

Future (toekomende tijd)

ikzal voorstellen
jijzult voorstellen
hij/zij/hetzal voorstellen
wijzullen voorstellen
julliezullen voorstellen
zijzullen voorstellen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou voorstellen
jijzou voorstellen
hij/zij/hetzou voorstellen
wijzouden voorstellen
julliezouden voorstellen
zijzouden voorstellen

Practise voorstellen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is stel. The infinitive stellen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (stelde, stelden) and the participle ends in -d (voorgesteld).
  • Separable verb. In a main clause the prefix voor goes to the end: ik stel voor. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik voorstel, ... dat ik voorstelde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: voorgesteld.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of voorstellen?

stelde voor (ik, jij, hij/zij/het) and stelden voor (wij, jullie, zij).

What is the past participle of voorstellen?

voorgesteld, with hebben: ik heb voorgesteld.

Is voorstellen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb voorgesteld, hij heeft voorgesteld.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.