Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Toeteren conjugation

toeteren = to honk

Infinitive
toeteren
Past
toeterde · toeterden
Perfect
heeft getoeterd

Quick answer

Toeteren means to honk. Past tense: toeterde (singular) and toeterden (plural). Past participle: getoeterd, with hebben: ik heb getoeterd.

Practise toeteren

Present (tegenwoordige tijd)

iktoeter
jijtoetert
hij/zij/hettoetert
wijtoeteren
jullietoeteren
zijtoeteren

Past (verleden tijd)

iktoeterde
jijtoeterde
hij/zij/hettoeterde
wijtoeterden
jullietoeterden
zijtoeterden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb getoeterd
jijhebt getoeterd
hij/zij/hetheeft getoeterd
wijhebben getoeterd
julliehebben getoeterd
zijhebben getoeterd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad getoeterd
jijhad getoeterd
hij/zij/hethad getoeterd
wijhadden getoeterd
julliehadden getoeterd
zijhadden getoeterd

Future (toekomende tijd)

ikzal toeteren
jijzult toeteren
hij/zij/hetzal toeteren
wijzullen toeteren
julliezullen toeteren
zijzullen toeteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou toeteren
jijzou toeteren
hij/zij/hetzou toeteren
wijzouden toeteren
julliezouden toeteren
zijzouden toeteren

Practise toeteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is toeter. The infinitive toeteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (toeterde, toeterden) and the participle ends in -d (getoeterd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij toetert, but toeter jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of toeteren?

toeterde (ik, jij, hij/zij/het) and toeterden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of toeteren?

getoeterd, with hebben: ik heb getoeterd.

Is toeteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb getoeterd, hij heeft getoeterd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.