Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A1 · Regular

Conjugación de Spelen

spelen = jugar, tocar

Infinitivo
spelen
Pasado
speelde · speelden
Perfecto
heeft gespeeld

Respuesta rápida

Spelen significa jugar, tocar. Pasado: speelde (singular) y speelden (plural). Participio: gespeeld, con hebben: ik heb gespeeld.

Practica spelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikspeel
jijspeelt
hij/zij/hetspeelt
wijspelen
julliespelen
zijspelen

Pasado (verleden tijd)

ikspeelde
jijspeelde
hij/zij/hetspeelde
wijspeelden
julliespeelden
zijspeelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gespeeld
jijhebt gespeeld
hij/zij/hetheeft gespeeld
wijhebben gespeeld
julliehebben gespeeld
zijhebben gespeeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gespeeld
jijhad gespeeld
hij/zij/hethad gespeeld
wijhadden gespeeld
julliehadden gespeeld
zijhadden gespeeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal spelen
jijzult spelen
hij/zij/hetzal spelen
wijzullen spelen
julliezullen spelen
zijzullen spelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou spelen
jijzou spelen
hij/zij/hetzou spelen
wijzouden spelen
julliezouden spelen
zijzouden spelen

Practica spelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es speel. En el infinitivo spelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (speelde, speelden) y el participio termina en -d (gespeeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij speelt, pero speel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de spelen?

speelde (ik, jij, hij/zij/het) y speelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de spelen?

gespeeld, con hebben: ik heb gespeeld.

¿El verbo spelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gespeeld, hij heeft gespeeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.