Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Structureren

structureren = estructurar

Infinitivo
structureren
Pasado
structureerde · structureerden
Perfecto
heeft gestructureerd

Respuesta rápida

Structureren significa estructurar. Pasado: structureerde (singular) y structureerden (plural). Participio: gestructureerd, con hebben: ik heb gestructureerd.

Practica structureren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikstructureer
jijstructureert
hij/zij/hetstructureert
wijstructureren
julliestructureren
zijstructureren

Pasado (verleden tijd)

ikstructureerde
jijstructureerde
hij/zij/hetstructureerde
wijstructureerden
julliestructureerden
zijstructureerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gestructureerd
jijhebt gestructureerd
hij/zij/hetheeft gestructureerd
wijhebben gestructureerd
julliehebben gestructureerd
zijhebben gestructureerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gestructureerd
jijhad gestructureerd
hij/zij/hethad gestructureerd
wijhadden gestructureerd
julliehadden gestructureerd
zijhadden gestructureerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal structureren
jijzult structureren
hij/zij/hetzal structureren
wijzullen structureren
julliezullen structureren
zijzullen structureren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou structureren
jijzou structureren
hij/zij/hetzou structureren
wijzouden structureren
julliezouden structureren
zijzouden structureren

Practica structureren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

structureren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik mijn werkdag altijd met een lijstje.

  2. Pasado

    De docent de les in drie duidelijke delen.

  3. Pretérito perfecto

    Zij haar verslag goed .

  4. Oración subordinada

    Het project lukt beter als wij het van tevoren .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es structureer. En el infinitivo structureren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (structureerde, structureerden) y el participio termina en -d (gestructureerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij structureert, pero structureer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de structureren?

structureerde (ik, jij, hij/zij/het) y structureerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de structureren?

gestructureerd, con hebben: ik heb gestructureerd.

¿El verbo structureren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gestructureerd, hij heeft gestructureerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.