Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Vangen

vangen = atrapar

Infinitivo
vangen
Pasado
ving · vingen
Perfecto
heeft gevangen

Respuesta rápida

Vangen significa atrapar. Pasado: ving (singular) y vingen (plural). Participio: gevangen, con hebben: ik heb gevangen.

Practica vangen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikvang
jijvangt
hij/zij/hetvangt
wijvangen
jullievangen
zijvangen

Pasado (verleden tijd)

ikving
jijving
hij/zij/hetving
wijvingen
jullievingen
zijvingen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gevangen
jijhebt gevangen
hij/zij/hetheeft gevangen
wijhebben gevangen
julliehebben gevangen
zijhebben gevangen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gevangen
jijhad gevangen
hij/zij/hethad gevangen
wijhadden gevangen
julliehadden gevangen
zijhadden gevangen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal vangen
jijzult vangen
hij/zij/hetzal vangen
wijzullen vangen
julliezullen vangen
zijzullen vangen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vangen
jijzou vangen
hij/zij/hetzou vangen
wijzouden vangen
julliezouden vangen
zijzouden vangen

Practica vangen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

vangen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De kat elke dag een muis.

  2. Pasado

    Gisteren ik drie vissen in de rivier.

  3. Pretérito perfecto

    Jij de bal goed .

  4. Presente

    Wij in de zomer vaak vlinders in de tuin.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: vangen, ving, gevangen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij vangt, pero vang jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de vangen?

ving (ik, jij, hij/zij/het) y vingen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de vangen?

gevangen, con hebben: ik heb gevangen.

¿El verbo vangen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gevangen, hij heeft gevangen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.