Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Volgen

volgen = seguir

Infinitivo
volgen
Pasado
volgde · volgden
Perfecto
heeft gevolgd

Respuesta rápida

Volgen significa seguir. Pasado: volgde (singular) y volgden (plural). Participio: gevolgd, con hebben: ik heb gevolgd.

Practica volgen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikvolg
jijvolgt
hij/zij/hetvolgt
wijvolgen
jullievolgen
zijvolgen

Pasado (verleden tijd)

ikvolgde
jijvolgde
hij/zij/hetvolgde
wijvolgden
jullievolgden
zijvolgden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gevolgd
jijhebt gevolgd
hij/zij/hetheeft gevolgd
wijhebben gevolgd
julliehebben gevolgd
zijhebben gevolgd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gevolgd
jijhad gevolgd
hij/zij/hethad gevolgd
wijhadden gevolgd
julliehadden gevolgd
zijhadden gevolgd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal volgen
jijzult volgen
hij/zij/hetzal volgen
wijzullen volgen
julliezullen volgen
zijzullen volgen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou volgen
jijzou volgen
hij/zij/hetzou volgen
wijzouden volgen
julliezouden volgen
zijzouden volgen

Practica volgen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es volg. En el infinitivo volgen hay una g antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (volgde, volgden) y el participio termina en -d (gevolgd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij volgt, pero volg jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de volgen?

volgde (ik, jij, hij/zij/het) y volgden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de volgen?

gevolgd, con hebben: ik heb gevolgd.

¿El verbo volgen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gevolgd, hij heeft gevolgd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.