Level A1 · Irregular
Slapen conjugation
slapen = to sleep
- Infinitive
- slapen
- Past
- sliep · sliepen
- Perfect
- heeft geslapen
Quick answer
Slapen means to sleep. Past tense: sliep (singular) and sliepen (plural). Past participle: geslapen, with hebben: ik heb geslapen.
Practise slapenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | slaap |
| jij | slaapt |
| hij/zij/het | slaapt |
| wij | slapen |
| jullie | slapen |
| zij | slapen |
Past (verleden tijd)
| ik | sliep |
| jij | sliep |
| hij/zij/het | sliep |
| wij | sliepen |
| jullie | sliepen |
| zij | sliepen |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geslapen |
| jij | hebt geslapen |
| hij/zij/het | heeft geslapen |
| wij | hebben geslapen |
| jullie | hebben geslapen |
| zij | hebben geslapen |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geslapen |
| jij | had geslapen |
| hij/zij/het | had geslapen |
| wij | hadden geslapen |
| jullie | hadden geslapen |
| zij | hadden geslapen |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal slapen |
| jij | zult slapen |
| hij/zij/het | zal slapen |
| wij | zullen slapen |
| jullie | zullen slapen |
| zij | zullen slapen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou slapen |
| jij | zou slapen |
| hij/zij/het | zou slapen |
| wij | zouden slapen |
| jullie | zouden slapen |
| zij | zouden slapen |
Practise slapen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: slapen, sliep, geslapen.
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij slaapt, but slaap jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of slapen?
sliep (ik, jij, hij/zij/het) and sliepen (wij, jullie, zij).
What is the past participle of slapen?
geslapen, with hebben: ik heb geslapen.
Is slapen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geslapen, hij heeft geslapen.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.