Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Vouwen

vouwen = doblar

Infinitivo
vouwen
Pasado
vouwde · vouwden
Perfecto
heeft gevouwen

Respuesta rápida

Vouwen significa doblar. Pasado: vouwde (singular) y vouwden (plural). Participio: gevouwen, con hebben: ik heb gevouwen.

Practica vouwen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikvouw
jijvouwt
hij/zij/hetvouwt
wijvouwen
jullievouwen
zijvouwen

Pasado (verleden tijd)

ikvouwde
jijvouwde
hij/zij/hetvouwde
wijvouwden
jullievouwden
zijvouwden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gevouwen
jijhebt gevouwen
hij/zij/hetheeft gevouwen
wijhebben gevouwen
julliehebben gevouwen
zijhebben gevouwen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gevouwen
jijhad gevouwen
hij/zij/hethad gevouwen
wijhadden gevouwen
julliehadden gevouwen
zijhadden gevouwen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal vouwen
jijzult vouwen
hij/zij/hetzal vouwen
wijzullen vouwen
julliezullen vouwen
zijzullen vouwen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vouwen
jijzou vouwen
hij/zij/hetzou vouwen
wijzouden vouwen
julliezouden vouwen
zijzouden vouwen

Practica vouwen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

vouwen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij de handdoeken netjes en legt ze in de kast.

  2. Pasado

    Het meisje het papier tot een kleine boot.

  3. Pretérito perfecto

    Hij alle overhemden al .

  4. Oración subordinada

    Terwijl wij de was , kijkt de baby naar ons.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: vouwen, vouwde, gevouwen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij vouwt, pero vouw jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de vouwen?

vouwde (ik, jij, hij/zij/het) y vouwden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de vouwen?

gevouwen, con hebben: ik heb gevouwen.

¿El verbo vouwen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gevouwen, hij heeft gevouwen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.