Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular, no separable

Conjugación de Weerkaatsen

weerkaatsen = reflejar

Infinitivo
weerkaatsen
Pasado
weerkaatste · weerkaatsten
Perfecto
heeft weerkaatst

Respuesta rápida

Weerkaatsen significa reflejar. Pasado: weerkaatste (singular) y weerkaatsten (plural). Participio: weerkaatst, con hebben: ik heb weerkaatst.

Practica weerkaatsen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikweerkaats
jijweerkaatst
hij/zij/hetweerkaatst
wijweerkaatsen
jullieweerkaatsen
zijweerkaatsen

Pasado (verleden tijd)

ikweerkaatste
jijweerkaatste
hij/zij/hetweerkaatste
wijweerkaatsten
jullieweerkaatsten
zijweerkaatsten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb weerkaatst
jijhebt weerkaatst
hij/zij/hetheeft weerkaatst
wijhebben weerkaatst
julliehebben weerkaatst
zijhebben weerkaatst

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad weerkaatst
jijhad weerkaatst
hij/zij/hethad weerkaatst
wijhadden weerkaatst
julliehadden weerkaatst
zijhadden weerkaatst

Futuro (toekomende tijd)

ikzal weerkaatsen
jijzult weerkaatsen
hij/zij/hetzal weerkaatsen
wijzullen weerkaatsen
julliezullen weerkaatsen
zijzullen weerkaatsen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou weerkaatsen
jijzou weerkaatsen
hij/zij/hetzou weerkaatsen
wijzouden weerkaatsen
julliezouden weerkaatsen
zijzouden weerkaatsen

Weerkaatsen no es separable

El prefijo weer- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik weerkaats, dat ik weerkaats), y el participio no lleva ge- adicional: weerkaatst.

Oración principalik weerkaats
Preguntaweerkaats jij?
Oración subordinada… dat ik weerkaats
Con un verbo modalik wil weerkaatsen
Pretérito perfectoik heb weerkaatst
Con om ... teom te weerkaatsen
Imperativoweerkaats!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica weerkaatsen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

weerkaatsen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De spiegel het licht van de lamp.

  2. Pasado

    Het water de zon heel mooi.

  3. Pretérito perfecto

    De muren het geluid .

  4. Oración subordinada

    Het is heel fel in de kamer omdat het raam de zon .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es weerkaats. En el infinitivo weerkaatsen hay una s antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (weerkaatste, weerkaatsten) y el participio termina en -t (weerkaatst).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij weerkaatst, pero weerkaats jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de weerkaatsen?

weerkaatste (ik, jij, hij/zij/het) y weerkaatsten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de weerkaatsen?

weerkaatst, con hebben: ik heb weerkaatst.

¿El verbo weerkaatsen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb weerkaatst, hij heeft weerkaatst.

¿Es weerkaatsen un verbo separable?

No. El prefijo weer- nunca se separa de weerkaatsen (ik weerkaats, dat ik weerkaats), y el participio no lleva ge- adicional: weerkaatst.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.