Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular

Conjugación de Werpen

werpen = arrojar

Infinitivo
werpen
Pasado
wierp · wierpen
Perfecto
heeft geworpen

Respuesta rápida

Werpen significa arrojar. Pasado: wierp (singular) y wierpen (plural). Participio: geworpen, con hebben: ik heb geworpen.

Practica werpen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikwerp
jijwerpt
hij/zij/hetwerpt
wijwerpen
julliewerpen
zijwerpen

Pasado (verleden tijd)

ikwierp
jijwierp
hij/zij/hetwierp
wijwierpen
julliewierpen
zijwierpen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geworpen
jijhebt geworpen
hij/zij/hetheeft geworpen
wijhebben geworpen
julliehebben geworpen
zijhebben geworpen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geworpen
jijhad geworpen
hij/zij/hethad geworpen
wijhadden geworpen
julliehadden geworpen
zijhadden geworpen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal werpen
jijzult werpen
hij/zij/hetzal werpen
wijzullen werpen
julliezullen werpen
zijzullen werpen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou werpen
jijzou werpen
hij/zij/hetzou werpen
wijzouden werpen
julliezouden werpen
zijzouden werpen

Practica werpen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

werpen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De jongen de bal over het hek.

  2. Pasado

    Gisteren ik een steen in het water.

  3. Pretérito perfecto

    Zij de bal naar de hond .

  4. Oración subordinada

    Het kind lacht omdat zijn vader de bal hoog in de lucht .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: werpen, wierp, geworpen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij werpt, pero werp jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de werpen?

wierp (ik, jij, hij/zij/het) y wierpen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de werpen?

geworpen, con hebben: ik heb geworpen.

¿El verbo werpen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geworpen, hij heeft geworpen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.