Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular

Conjugación de Weven

weven = tejer

Infinitivo
weven
Pasado
weefde · weefden
Perfecto
heeft geweven

Respuesta rápida

Weven significa tejer. Pasado: weefde (singular) y weefden (plural). Participio: geweven, con hebben: ik heb geweven.

Practica weven

Presente (tegenwoordige tijd)

ikweef
jijweeft
hij/zij/hetweeft
wijweven
jullieweven
zijweven

Pasado (verleden tijd)

ikweefde
jijweefde
hij/zij/hetweefde
wijweefden
jullieweefden
zijweefden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geweven
jijhebt geweven
hij/zij/hetheeft geweven
wijhebben geweven
julliehebben geweven
zijhebben geweven

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geweven
jijhad geweven
hij/zij/hethad geweven
wijhadden geweven
julliehadden geweven
zijhadden geweven

Futuro (toekomende tijd)

ikzal weven
jijzult weven
hij/zij/hetzal weven
wijzullen weven
julliezullen weven
zijzullen weven

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou weven
jijzou weven
hij/zij/hetzou weven
wijzouden weven
julliezouden weven
zijzouden weven

Practica weven

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

weven en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn oma elke winter een warme sjaal.

  2. Pasado

    Vroeger de mensen in dit dorp hun eigen kleren.

  3. Pretérito perfecto

    Zij dit prachtige kleed zelf .

  4. Oración subordinada

    Het is rustig in het museum omdat de kunstenaar daar .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: weven, weefde, geweven.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij weeft, pero weef jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de weven?

weefde (ik, jij, hij/zij/het) y weefden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de weven?

geweven, con hebben: ik heb geweven.

¿El verbo weven va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geweven, hij heeft geweven.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.