Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Bedriegen

bedriegen = to deceive, cheat on

Hele werkwoord
bedriegen
Verleden tijd
bedroog · bedrogen
Voltooide tijd
heeft bedrogen

Kort antwoord

Bedriegen is in het Engels to deceive, cheat on. Verleden tijd: bedroog (enkelvoud) en bedrogen (meervoud). Voltooid deelwoord: bedrogen, met hebben: ik heb bedrogen.

Oefen bedriegen

Tegenwoordige tijd

ikbedrieg
jijbedriegt
hij/zij/hetbedriegt
wijbedriegen
julliebedriegen
zijbedriegen

Verleden tijd

ikbedroog
jijbedroog
hij/zij/hetbedroog
wijbedrogen
julliebedrogen
zijbedrogen

Voltooide tijd

ikheb bedrogen
jijhebt bedrogen
hij/zij/hetheeft bedrogen
wijhebben bedrogen
julliehebben bedrogen
zijhebben bedrogen

Voltooid verleden tijd

ikhad bedrogen
jijhad bedrogen
hij/zij/hethad bedrogen
wijhadden bedrogen
julliehadden bedrogen
zijhadden bedrogen

Toekomende tijd

ikzal bedriegen
jijzult bedriegen
hij/zij/hetzal bedriegen
wijzullen bedriegen
julliezullen bedriegen
zijzullen bedriegen

Voorwaardelijke wijs

ikzou bedriegen
jijzou bedriegen
hij/zij/hetzou bedriegen
wijzouden bedriegen
julliezouden bedriegen
zijzouden bedriegen

Oefen bedriegen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

bedriegen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hij zijn vriendin al maanden.

  2. Verleden tijd

    Vorig jaar de verkoper veel klanten.

  3. Voltooide tijd

    Zij haar man en hij is heel verdrietig.

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij onze ouders nooit, want we vertellen alles.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: bedriegen, bedroog, bedrogen.
  • Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: bedrogen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij bedriegt, maar bedrieg jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van bedriegen?

bedroog (ik, jij, hij/zij/het) en bedrogen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van bedriegen?

bedrogen, met hebben: ik heb bedrogen.

Gebruik je bedriegen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb bedrogen, hij heeft bedrogen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.