Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Blazen

blazen = to blow

Hele werkwoord
blazen
Verleden tijd
blies · bliezen
Voltooide tijd
heeft geblazen

Kort antwoord

Blazen is in het Engels to blow. Verleden tijd: blies (enkelvoud) en bliezen (meervoud). Voltooid deelwoord: geblazen, met hebben: ik heb geblazen.

Oefen blazen

Tegenwoordige tijd

ikblaas
jijblaast
hij/zij/hetblaast
wijblazen
jullieblazen
zijblazen

Verleden tijd

ikblies
jijblies
hij/zij/hetblies
wijbliezen
julliebliezen
zijbliezen

Voltooide tijd

ikheb geblazen
jijhebt geblazen
hij/zij/hetheeft geblazen
wijhebben geblazen
julliehebben geblazen
zijhebben geblazen

Voltooid verleden tijd

ikhad geblazen
jijhad geblazen
hij/zij/hethad geblazen
wijhadden geblazen
julliehadden geblazen
zijhadden geblazen

Toekomende tijd

ikzal blazen
jijzult blazen
hij/zij/hetzal blazen
wijzullen blazen
julliezullen blazen
zijzullen blazen

Voorwaardelijke wijs

ikzou blazen
jijzou blazen
hij/zij/hetzou blazen
wijzouden blazen
julliezouden blazen
zijzouden blazen

Oefen blazen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

blazen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het kind de kaarsjes op de taart uit.

  2. Verleden tijd

    Gisteren de wind de hele dag hard.

  3. Bijzin

    Het is koud omdat de wind uit het noorden .

  4. Verleden tijd

    De muzikanten elke avond op hun trompetten.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: blazen, blies, geblazen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij blaast, maar blaas jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van blazen?

blies (ik, jij, hij/zij/het) en bliezen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van blazen?

geblazen, met hebben: ik heb geblazen.

Gebruik je blazen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geblazen, hij heeft geblazen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.