Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Fronsen

fronsen = to frown

Hele werkwoord
fronsen
Verleden tijd
fronste · fronsten
Voltooide tijd
heeft gefronst

Kort antwoord

Fronsen is in het Engels to frown. Verleden tijd: fronste (enkelvoud) en fronsten (meervoud). Voltooid deelwoord: gefronst, met hebben: ik heb gefronst.

Oefen fronsen

Tegenwoordige tijd

ikfrons
jijfronst
hij/zij/hetfronst
wijfronsen
julliefronsen
zijfronsen

Verleden tijd

ikfronste
jijfronste
hij/zij/hetfronste
wijfronsten
julliefronsten
zijfronsten

Voltooide tijd

ikheb gefronst
jijhebt gefronst
hij/zij/hetheeft gefronst
wijhebben gefronst
julliehebben gefronst
zijhebben gefronst

Voltooid verleden tijd

ikhad gefronst
jijhad gefronst
hij/zij/hethad gefronst
wijhadden gefronst
julliehadden gefronst
zijhadden gefronst

Toekomende tijd

ikzal fronsen
jijzult fronsen
hij/zij/hetzal fronsen
wijzullen fronsen
julliezullen fronsen
zijzullen fronsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou fronsen
jijzou fronsen
hij/zij/hetzou fronsen
wijzouden fronsen
julliezouden fronsen
zijzouden fronsen

Oefen fronsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

fronsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader altijd als hij moeilijk nadenkt.

  2. Bijzin

    Ik zie dat jij omdat je de tekst niet begrijpt.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is frons. In fronsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (fronste, fronsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gefronst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij fronst, maar frons jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van fronsen?

fronste (ik, jij, hij/zij/het) en fronsten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van fronsen?

gefronst, met hebben: ik heb gefronst.

Gebruik je fronsen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefronst, hij heeft gefronst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.