Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Frustreren

frustreren = to frustrate

Hele werkwoord
frustreren
Verleden tijd
frustreerde · frustreerden
Voltooide tijd
heeft gefrustreerd

Kort antwoord

Frustreren is in het Engels to frustrate. Verleden tijd: frustreerde (enkelvoud) en frustreerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gefrustreerd, met hebben: ik heb gefrustreerd.

Oefen frustreren

Tegenwoordige tijd

ikfrustreer
jijfrustreert
hij/zij/hetfrustreert
wijfrustreren
julliefrustreren
zijfrustreren

Verleden tijd

ikfrustreerde
jijfrustreerde
hij/zij/hetfrustreerde
wijfrustreerden
julliefrustreerden
zijfrustreerden

Voltooide tijd

ikheb gefrustreerd
jijhebt gefrustreerd
hij/zij/hetheeft gefrustreerd
wijhebben gefrustreerd
julliehebben gefrustreerd
zijhebben gefrustreerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gefrustreerd
jijhad gefrustreerd
hij/zij/hethad gefrustreerd
wijhadden gefrustreerd
julliehadden gefrustreerd
zijhadden gefrustreerd

Toekomende tijd

ikzal frustreren
jijzult frustreren
hij/zij/hetzal frustreren
wijzullen frustreren
julliezullen frustreren
zijzullen frustreren

Voorwaardelijke wijs

ikzou frustreren
jijzou frustreren
hij/zij/hetzou frustreren
wijzouden frustreren
julliezouden frustreren
zijzouden frustreren

Oefen frustreren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

frustreren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Die lange wachttijd mij echt.

  2. Verleden tijd

    De trage computer de leraar gisteren erg.

  3. Voltooide tijd

    Zijn gedrag ons de hele week .

  4. Bijzin

    Ik word boos omdat die regels mij steeds .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is frustreer. In frustreren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (frustreerde, frustreerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gefrustreerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij frustreert, maar frustreer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van frustreren?

frustreerde (ik, jij, hij/zij/het) en frustreerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van frustreren?

gefrustreerd, met hebben: ik heb gefrustreerd.

Gebruik je frustreren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefrustreerd, hij heeft gefrustreerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.