Niveau A1 · Onregelmatig
Vervoeging van Gaan
gaan = to go
- Hele werkwoord
- gaan
- Verleden tijd
- ging · gingen
- Voltooide tijd
- is gegaan
Kort antwoord
Gaan is in het Engels to go. Verleden tijd: ging (enkelvoud) en gingen (meervoud). Voltooid deelwoord: gegaan, met zijn: ik ben gegaan.
Oefen gaanTegenwoordige tijd
| ik | ga |
| jij | gaat |
| hij/zij/het | gaat |
| wij | gaan |
| jullie | gaan |
| zij | gaan |
Verleden tijd
| ik | ging |
| jij | ging |
| hij/zij/het | ging |
| wij | gingen |
| jullie | gingen |
| zij | gingen |
Voltooide tijd
| ik | ben gegaan |
| jij | bent gegaan |
| hij/zij/het | is gegaan |
| wij | zijn gegaan |
| jullie | zijn gegaan |
| zij | zijn gegaan |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gegaan |
| jij | was gegaan |
| hij/zij/het | was gegaan |
| wij | waren gegaan |
| jullie | waren gegaan |
| zij | waren gegaan |
Toekomende tijd
| ik | zal gaan |
| jij | zult gaan |
| hij/zij/het | zal gaan |
| wij | zullen gaan |
| jullie | zullen gaan |
| zij | zullen gaan |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou gaan |
| jij | zou gaan |
| hij/zij/het | zou gaan |
| wij | zouden gaan |
| jullie | zouden gaan |
| zij | zouden gaan |
Oefen gaan
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: gaan, ging, gegaan.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gegaan, niet ik heb gegaan.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van gaan?
ging (ik, jij, hij/zij/het) en gingen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van gaan?
gegaan, met zijn: ik ben gegaan.
Gebruik je gaan met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gegaan, hij is gegaan.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.