Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau C1 · Regelmatig

Vervoeging van Geuren

geuren = to have a smell

Hele werkwoord
geuren
Verleden tijd
geurde · geurden
Voltooide tijd
heeft gegeurd

Kort antwoord

Geuren is in het Engels to have a smell. Verleden tijd: geurde (enkelvoud) en geurden (meervoud). Voltooid deelwoord: gegeurd, met hebben: ik heb gegeurd.

Oefen geuren

Tegenwoordige tijd

ikgeur
jijgeurt
hij/zij/hetgeurt
wijgeuren
julliegeuren
zijgeuren

Verleden tijd

ikgeurde
jijgeurde
hij/zij/hetgeurde
wijgeurden
julliegeurden
zijgeurden

Voltooide tijd

ikheb gegeurd
jijhebt gegeurd
hij/zij/hetheeft gegeurd
wijhebben gegeurd
julliehebben gegeurd
zijhebben gegeurd

Voltooid verleden tijd

ikhad gegeurd
jijhad gegeurd
hij/zij/hethad gegeurd
wijhadden gegeurd
julliehadden gegeurd
zijhadden gegeurd

Toekomende tijd

ikzal geuren
jijzult geuren
hij/zij/hetzal geuren
wijzullen geuren
julliezullen geuren
zijzullen geuren

Voorwaardelijke wijs

ikzou geuren
jijzou geuren
hij/zij/hetzou geuren
wijzouden geuren
julliezouden geuren
zijzouden geuren

Oefen geuren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

geuren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De keuken heerlijk naar verse appeltaart.

  2. Verleden tijd

    De tuin in de zomer naar rozen en lavendel.

  3. Voltooide tijd

    De hele zaal de hele avond naar koffie .

  4. Bijzin

    Wij vinden het fijn als het huis naar schone was.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is geur. In geuren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (geurde, geurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gegeurd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij geurt, maar geur jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van geuren?

geurde (ik, jij, hij/zij/het) en geurden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van geuren?

gegeurd, met hebben: ik heb gegeurd.

Gebruik je geuren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gegeurd, hij heeft gegeurd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.