Niveau A1 · Onregelmatig
Vervoeging van Geven
geven = to give
- Hele werkwoord
- geven
- Verleden tijd
- gaf · gaven
- Voltooide tijd
- heeft gegeven
Kort antwoord
Geven is in het Engels to give. Verleden tijd: gaf (enkelvoud) en gaven (meervoud). Voltooid deelwoord: gegeven, met hebben: ik heb gegeven.
Oefen gevenTegenwoordige tijd
| ik | geef |
| jij | geeft |
| hij/zij/het | geeft |
| wij | geven |
| jullie | geven |
| zij | geven |
Verleden tijd
| ik | gaf |
| jij | gaf |
| hij/zij/het | gaf |
| wij | gaven |
| jullie | gaven |
| zij | gaven |
Voltooide tijd
| ik | heb gegeven |
| jij | hebt gegeven |
| hij/zij/het | heeft gegeven |
| wij | hebben gegeven |
| jullie | hebben gegeven |
| zij | hebben gegeven |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gegeven |
| jij | had gegeven |
| hij/zij/het | had gegeven |
| wij | hadden gegeven |
| jullie | hadden gegeven |
| zij | hadden gegeven |
Toekomende tijd
| ik | zal geven |
| jij | zult geven |
| hij/zij/het | zal geven |
| wij | zullen geven |
| jullie | zullen geven |
| zij | zullen geven |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou geven |
| jij | zou geven |
| hij/zij/het | zou geven |
| wij | zouden geven |
| jullie | zouden geven |
| zij | zouden geven |
Oefen geven
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: geven, gaf, gegeven.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij geeft, maar geef jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van geven?
gaf (ik, jij, hij/zij/het) en gaven (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van geven?
gegeven, met hebben: ik heb gegeven.
Gebruik je geven met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gegeven, hij heeft gegeven.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.