Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A1 · Irregular

Beginnen conjugation

beginnen = to begin, start

Infinitive
beginnen
Past
begon · begonnen
Perfect
is begonnen

Quick answer

Beginnen means to begin, start. Past tense: begon (singular) and begonnen (plural). Past participle: begonnen, with zijn: ik ben begonnen.

Practise beginnen

Present (tegenwoordige tijd)

ikbegin
jijbegint
hij/zij/hetbegint
wijbeginnen
julliebeginnen
zijbeginnen

Past (verleden tijd)

ikbegon
jijbegon
hij/zij/hetbegon
wijbegonnen
julliebegonnen
zijbegonnen

Perfect (voltooide tijd)

ikben begonnen
jijbent begonnen
hij/zij/hetis begonnen
wijzijn begonnen
julliezijn begonnen
zijzijn begonnen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas begonnen
jijwas begonnen
hij/zij/hetwas begonnen
wijwaren begonnen
julliewaren begonnen
zijwaren begonnen

Future (toekomende tijd)

ikzal beginnen
jijzult beginnen
hij/zij/hetzal beginnen
wijzullen beginnen
julliezullen beginnen
zijzullen beginnen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou beginnen
jijzou beginnen
hij/zij/hetzou beginnen
wijzouden beginnen
julliezouden beginnen
zijzouden beginnen

Practise beginnen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: beginnen, begon, begonnen.
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: begonnen.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij begint, but begin jij?
  • Perfect tense with zijn: ik ben begonnen, not ik heb begonnen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of beginnen?

begon (ik, jij, hij/zij/het) and begonnen (wij, jullie, zij).

What is the past participle of beginnen?

begonnen, with zijn: ik ben begonnen.

Is beginnen used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben begonnen, hij is begonnen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.