Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Groeien
groeien = to grow
- Hele werkwoord
- groeien
- Verleden tijd
- groeide · groeiden
- Voltooide tijd
- is gegroeid
Kort antwoord
Groeien is in het Engels to grow. Verleden tijd: groeide (enkelvoud) en groeiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gegroeid, met zijn: ik ben gegroeid.
Oefen groeienTegenwoordige tijd
| ik | groei |
| jij | groeit |
| hij/zij/het | groeit |
| wij | groeien |
| jullie | groeien |
| zij | groeien |
Verleden tijd
| ik | groeide |
| jij | groeide |
| hij/zij/het | groeide |
| wij | groeiden |
| jullie | groeiden |
| zij | groeiden |
Voltooide tijd
| ik | ben gegroeid |
| jij | bent gegroeid |
| hij/zij/het | is gegroeid |
| wij | zijn gegroeid |
| jullie | zijn gegroeid |
| zij | zijn gegroeid |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gegroeid |
| jij | was gegroeid |
| hij/zij/het | was gegroeid |
| wij | waren gegroeid |
| jullie | waren gegroeid |
| zij | waren gegroeid |
Toekomende tijd
| ik | zal groeien |
| jij | zult groeien |
| hij/zij/het | zal groeien |
| wij | zullen groeien |
| jullie | zullen groeien |
| zij | zullen groeien |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou groeien |
| jij | zou groeien |
| hij/zij/het | zou groeien |
| wij | zouden groeien |
| jullie | zouden groeien |
| zij | zouden groeien |
Oefen groeien
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is groei. In groeien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (groeide, groeiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gegroeid).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij groeit, maar groei jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gegroeid, niet ik heb gegroeid.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van groeien?
groeide (ik, jij, hij/zij/het) en groeiden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van groeien?
gegroeid, met zijn: ik ben gegroeid.
Gebruik je groeien met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gegroeid, hij is gegroeid.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.