Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Handelen

handelen = to trade, do business

Hele werkwoord
handelen
Verleden tijd
handelde · handelden
Voltooide tijd
heeft gehandeld

Kort antwoord

Handelen is in het Engels to trade, do business. Verleden tijd: handelde (enkelvoud) en handelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gehandeld, met hebben: ik heb gehandeld.

Oefen handelen

Tegenwoordige tijd

ikhandel
jijhandelt
hij/zij/hethandelt
wijhandelen
julliehandelen
zijhandelen

Verleden tijd

ikhandelde
jijhandelde
hij/zij/hethandelde
wijhandelden
julliehandelden
zijhandelden

Voltooide tijd

ikheb gehandeld
jijhebt gehandeld
hij/zij/hetheeft gehandeld
wijhebben gehandeld
julliehebben gehandeld
zijhebben gehandeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gehandeld
jijhad gehandeld
hij/zij/hethad gehandeld
wijhadden gehandeld
julliehadden gehandeld
zijhadden gehandeld

Toekomende tijd

ikzal handelen
jijzult handelen
hij/zij/hetzal handelen
wijzullen handelen
julliezullen handelen
zijzullen handelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou handelen
jijzou handelen
hij/zij/hetzou handelen
wijzouden handelen
julliezouden handelen
zijzouden handelen

Oefen handelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

handelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn oom al jaren in tweedehands auto's.

  2. Verleden tijd

    Vroeger de Nederlanders veel met Azië.

  3. Voltooide tijd

    Ik vroeger op de markt in oude boeken .

  4. Bijzin

    Hij verdient goed, omdat hij al jaren in antiek .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is handel. In handelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (handelde, handelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gehandeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij handelt, maar handel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van handelen?

handelde (ik, jij, hij/zij/het) en handelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van handelen?

gehandeld, met hebben: ik heb gehandeld.

Gebruik je handelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehandeld, hij heeft gehandeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.