Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Huiveren

huiveren = to shiver

Hele werkwoord
huiveren
Verleden tijd
huiverde · huiverden
Voltooide tijd
heeft gehuiverd

Kort antwoord

Huiveren is in het Engels to shiver. Verleden tijd: huiverde (enkelvoud) en huiverden (meervoud). Voltooid deelwoord: gehuiverd, met hebben: ik heb gehuiverd.

Oefen huiveren

Tegenwoordige tijd

ikhuiver
jijhuivert
hij/zij/hethuivert
wijhuiveren
julliehuiveren
zijhuiveren

Verleden tijd

ikhuiverde
jijhuiverde
hij/zij/hethuiverde
wijhuiverden
julliehuiverden
zijhuiverden

Voltooide tijd

ikheb gehuiverd
jijhebt gehuiverd
hij/zij/hetheeft gehuiverd
wijhebben gehuiverd
julliehebben gehuiverd
zijhebben gehuiverd

Voltooid verleden tijd

ikhad gehuiverd
jijhad gehuiverd
hij/zij/hethad gehuiverd
wijhadden gehuiverd
julliehadden gehuiverd
zijhadden gehuiverd

Toekomende tijd

ikzal huiveren
jijzult huiveren
hij/zij/hetzal huiveren
wijzullen huiveren
julliezullen huiveren
zijzullen huiveren

Voorwaardelijke wijs

ikzou huiveren
jijzou huiveren
hij/zij/hetzou huiveren
wijzouden huiveren
julliezouden huiveren
zijzouden huiveren

Oefen huiveren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

huiveren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Zij bij de gedachte aan de koude zee.

  2. Verleden tijd

    De kinderen toen de deur van het oude huis openging.

  3. Voltooide tijd

    Ik even toen de wind opstak.

  4. Bijzin

    Hij trok zijn jas aan omdat hij .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is huiver. In huiveren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (huiverde, huiverden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gehuiverd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij huivert, maar huiver jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van huiveren?

huiverde (ik, jij, hij/zij/het) en huiverden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van huiveren?

gehuiverd, met hebben: ik heb gehuiverd.

Gebruik je huiveren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehuiverd, hij heeft gehuiverd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.