Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Klimmen

klimmen = to climb

Hele werkwoord
klimmen
Verleden tijd
klom · klommen
Voltooide tijd
heeft / is geklommen

Kort antwoord

Klimmen is in het Engels to climb. Verleden tijd: klom (enkelvoud) en klommen (meervoud). Voltooid deelwoord: geklommen, met hebben / zijn: ik heb / ben geklommen.

Oefen klimmen

Tegenwoordige tijd

ikklim
jijklimt
hij/zij/hetklimt
wijklimmen
jullieklimmen
zijklimmen

Verleden tijd

ikklom
jijklom
hij/zij/hetklom
wijklommen
jullieklommen
zijklommen

Voltooide tijd

ikheb / ben geklommen
jijhebt / bent geklommen
hij/zij/hetheeft / is geklommen
wijhebben / zijn geklommen
julliehebben / zijn geklommen
zijhebben / zijn geklommen

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geklommen
jijhad / was geklommen
hij/zij/hethad / was geklommen
wijhadden / waren geklommen
julliehadden / waren geklommen
zijhadden / waren geklommen

Toekomende tijd

ikzal klimmen
jijzult klimmen
hij/zij/hetzal klimmen
wijzullen klimmen
julliezullen klimmen
zijzullen klimmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou klimmen
jijzou klimmen
hij/zij/hetzou klimmen
wijzouden klimmen
julliezouden klimmen
zijzouden klimmen

Oefen klimmen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

klimmen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kinderen graag in de oude boom.

  2. Verleden tijd

    Hij vroeger elke zomer in de bergen.

  3. Voltooide tijd

    De kat snel op het dak .

  4. Bijzin

    Ik was moe, omdat wij de hele dag .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: klimmen, klom, geklommen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij klimt, maar klim jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. We hebben vorig jaar veel in de bergen geklommen. Hij is op het dak geklommen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van klimmen?

klom (ik, jij, hij/zij/het) en klommen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van klimmen?

geklommen, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: We hebben vorig jaar veel in de bergen geklommen. Hij is op het dak geklommen.

Gebruik je klimmen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: We hebben vorig jaar veel in de bergen geklommen. Hij is op het dak geklommen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.