Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Onregelmatig

Vervoeging van Lachen

lachen = to laugh

Hele werkwoord
lachen
Verleden tijd
lachte · lachten
Voltooide tijd
heeft gelachen

Kort antwoord

Lachen is in het Engels to laugh. Verleden tijd: lachte (enkelvoud) en lachten (meervoud). Voltooid deelwoord: gelachen, met hebben: ik heb gelachen.

Oefen lachen

Tegenwoordige tijd

iklach
jijlacht
hij/zij/hetlacht
wijlachen
jullielachen
zijlachen

Verleden tijd

iklachte
jijlachte
hij/zij/hetlachte
wijlachten
jullielachten
zijlachten

Voltooide tijd

ikheb gelachen
jijhebt gelachen
hij/zij/hetheeft gelachen
wijhebben gelachen
julliehebben gelachen
zijhebben gelachen

Voltooid verleden tijd

ikhad gelachen
jijhad gelachen
hij/zij/hethad gelachen
wijhadden gelachen
julliehadden gelachen
zijhadden gelachen

Toekomende tijd

ikzal lachen
jijzult lachen
hij/zij/hetzal lachen
wijzullen lachen
julliezullen lachen
zijzullen lachen

Voorwaardelijke wijs

ikzou lachen
jijzou lachen
hij/zij/hetzou lachen
wijzouden lachen
julliezouden lachen
zijzouden lachen

Oefen lachen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: lachen, lachte, gelachen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij lacht, maar lach jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van lachen?

lachte (ik, jij, hij/zij/het) en lachten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van lachen?

gelachen, met hebben: ik heb gelachen.

Gebruik je lachen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gelachen, hij heeft gelachen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.