Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Omarmen

omarmen = to embrace

Hele werkwoord
omarmen
Verleden tijd
omarmde · omarmden
Voltooide tijd
heeft omarmd

Kort antwoord

Omarmen is in het Engels to embrace. Verleden tijd: omarmde (enkelvoud) en omarmden (meervoud). Voltooid deelwoord: omarmd, met hebben: ik heb omarmd.

Oefen omarmen

Tegenwoordige tijd

ikomarm
jijomarmt
hij/zij/hetomarmt
wijomarmen
jullieomarmen
zijomarmen

Verleden tijd

ikomarmde
jijomarmde
hij/zij/hetomarmde
wijomarmden
jullieomarmden
zijomarmden

Voltooide tijd

ikheb omarmd
jijhebt omarmd
hij/zij/hetheeft omarmd
wijhebben omarmd
julliehebben omarmd
zijhebben omarmd

Voltooid verleden tijd

ikhad omarmd
jijhad omarmd
hij/zij/hethad omarmd
wijhadden omarmd
julliehadden omarmd
zijhadden omarmd

Toekomende tijd

ikzal omarmen
jijzult omarmen
hij/zij/hetzal omarmen
wijzullen omarmen
julliezullen omarmen
zijzullen omarmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou omarmen
jijzou omarmen
hij/zij/hetzou omarmen
wijzouden omarmen
julliezouden omarmen
zijzouden omarmen

Oefen omarmen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

omarmen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Zij haar zus stevig bij het station.

  2. Verleden tijd

    Toen ik thuiskwam, mijn vader mij lang.

  3. Voltooide tijd

    De spelers elkaar na de winst .

  4. Bijzin

    Ik weet dat zij hem wanneer hij terugkomt.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is omarm. In omarmen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (omarmde, omarmden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (omarmd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij omarmt, maar omarm jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van omarmen?

omarmde (ik, jij, hij/zij/het) en omarmden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van omarmen?

omarmd, met hebben: ik heb omarmd.

Gebruik je omarmen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb omarmd, hij heeft omarmd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.