Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Omringen

omringen = to surround

Hele werkwoord
omringen
Verleden tijd
omringde · omringden
Voltooide tijd
heeft omringd

Kort antwoord

Omringen is in het Engels to surround. Verleden tijd: omringde (enkelvoud) en omringden (meervoud). Voltooid deelwoord: omringd, met hebben: ik heb omringd.

Oefen omringen

Tegenwoordige tijd

ikomring
jijomringt
hij/zij/hetomringt
wijomringen
jullieomringen
zijomringen

Verleden tijd

ikomringde
jijomringde
hij/zij/hetomringde
wijomringden
jullieomringden
zijomringden

Voltooide tijd

ikheb omringd
jijhebt omringd
hij/zij/hetheeft omringd
wijhebben omringd
julliehebben omringd
zijhebben omringd

Voltooid verleden tijd

ikhad omringd
jijhad omringd
hij/zij/hethad omringd
wijhadden omringd
julliehadden omringd
zijhadden omringd

Toekomende tijd

ikzal omringen
jijzult omringen
hij/zij/hetzal omringen
wijzullen omringen
julliezullen omringen
zijzullen omringen

Voorwaardelijke wijs

ikzou omringen
jijzou omringen
hij/zij/hetzou omringen
wijzouden omringen
julliezouden omringen
zijzouden omringen

Oefen omringen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

omringen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hoge bergen het kleine dorp helemaal.

  2. Verleden tijd

    De fans de zanger na het concert.

  3. Voltooide tijd

    Het bos ons huis altijd .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij jezelf graag met leuke mensen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is omring. In omringen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (omringde, omringden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (omringd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij omringt, maar omring jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van omringen?

omringde (ik, jij, hij/zij/het) en omringden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van omringen?

omringd, met hebben: ik heb omringd.

Gebruik je omringen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb omringd, hij heeft omringd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.