Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Omringen
omringen = to surround
- Hele werkwoord
- omringen
- Verleden tijd
- omringde · omringden
- Voltooide tijd
- heeft omringd
Kort antwoord
Omringen is in het Engels to surround. Verleden tijd: omringde (enkelvoud) en omringden (meervoud). Voltooid deelwoord: omringd, met hebben: ik heb omringd.
Oefen omringenTegenwoordige tijd
| ik | omring |
| jij | omringt |
| hij/zij/het | omringt |
| wij | omringen |
| jullie | omringen |
| zij | omringen |
Verleden tijd
| ik | omringde |
| jij | omringde |
| hij/zij/het | omringde |
| wij | omringden |
| jullie | omringden |
| zij | omringden |
Voltooide tijd
| ik | heb omringd |
| jij | hebt omringd |
| hij/zij/het | heeft omringd |
| wij | hebben omringd |
| jullie | hebben omringd |
| zij | hebben omringd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had omringd |
| jij | had omringd |
| hij/zij/het | had omringd |
| wij | hadden omringd |
| jullie | hadden omringd |
| zij | hadden omringd |
Toekomende tijd
| ik | zal omringen |
| jij | zult omringen |
| hij/zij/het | zal omringen |
| wij | zullen omringen |
| jullie | zullen omringen |
| zij | zullen omringen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou omringen |
| jij | zou omringen |
| hij/zij/het | zou omringen |
| wij | zouden omringen |
| jullie | zouden omringen |
| zij | zouden omringen |
Oefen omringen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
omringen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is omring. In omringen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (omringde, omringden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (omringd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij omringt, maar omring jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van omringen?
omringde (ik, jij, hij/zij/het) en omringden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van omringen?
omringd, met hebben: ik heb omringd.
Gebruik je omringen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb omringd, hij heeft omringd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.