Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Oversteken

oversteken = to cross, stick out

Hele werkwoord
oversteken
Verleden tijd
stak over · staken over
Voltooide tijd
heeft / is overgestoken

Kort antwoord

Oversteken is in het Engels to cross, stick out. Verleden tijd: stak over (enkelvoud) en staken over (meervoud). Voltooid deelwoord: overgestoken, met hebben / zijn: ik heb / ben overgestoken.

Oefen oversteken

Tegenwoordige tijd

iksteek over
jijsteekt over
hij/zij/hetsteekt over
wijsteken over
julliesteken over
zijsteken over

Verleden tijd

ikstak over
jijstak over
hij/zij/hetstak over
wijstaken over
julliestaken over
zijstaken over

Voltooide tijd

ikheb / ben overgestoken
jijhebt / bent overgestoken
hij/zij/hetheeft / is overgestoken
wijhebben / zijn overgestoken
julliehebben / zijn overgestoken
zijhebben / zijn overgestoken

Voltooid verleden tijd

ikhad / was overgestoken
jijhad / was overgestoken
hij/zij/hethad / was overgestoken
wijhadden / waren overgestoken
julliehadden / waren overgestoken
zijhadden / waren overgestoken

Toekomende tijd

ikzal oversteken
jijzult oversteken
hij/zij/hetzal oversteken
wijzullen oversteken
julliezullen oversteken
zijzullen oversteken

Voorwaardelijke wijs

ikzou oversteken
jijzou oversteken
hij/zij/hetzou oversteken
wijzouden oversteken
julliezouden oversteken
zijzouden oversteken

Oversteken is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat over naar het einde (ik steek over). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik oversteek). Voltooid deelwoord: overgestoken.

Hoofdzinik steek over
Vraagsteek jij over?
Bijzin… dat ik oversteek
Met een modaal werkwoordik wil oversteken
Voltooide tijdik heb / ben overgestoken
Met om ... teom over te steken
Gebiedende wijssteek over!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen oversteken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

oversteken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kinderen de straat bij het zebrapad .

  2. Verleden tijd

    Ik gisteren met mijn zus het plein .

  3. Bijzin

    Hij wacht tot het groen is voordat hij de weg .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: oversteken, stak over, overgestoken.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat over naar het eind: ik steek over. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik oversteek, ... dat ik overstak.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: overgestoken.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ze hebben de straat veilig overgestoken. We zijn bij het stoplicht overgestoken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van oversteken?

stak over (ik, jij, hij/zij/het) en staken over (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van oversteken?

overgestoken, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ze hebben de straat veilig overgestoken. We zijn bij het stoplicht overgestoken.

Gebruik je oversteken met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ze hebben de straat veilig overgestoken. We zijn bij het stoplicht overgestoken.

Is oversteken een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat over naar het einde (ik steek over), in een bijzin blijft het vast (dat ik oversteek). Voltooid deelwoord: overgestoken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.