Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Overvallen

overvallen = to rob

Hele werkwoord
overvallen
Verleden tijd
overviel · overvielen
Voltooide tijd
heeft overvallen

Kort antwoord

Overvallen is in het Engels to rob. Verleden tijd: overviel (enkelvoud) en overvielen (meervoud). Voltooid deelwoord: overvallen, met hebben: ik heb overvallen.

Oefen overvallen

Tegenwoordige tijd

ikoverval
jijovervalt
hij/zij/hetovervalt
wijovervallen
jullieovervallen
zijovervallen

Verleden tijd

ikoverviel
jijoverviel
hij/zij/hetoverviel
wijovervielen
jullieovervielen
zijovervielen

Voltooide tijd

ikheb overvallen
jijhebt overvallen
hij/zij/hetheeft overvallen
wijhebben overvallen
julliehebben overvallen
zijhebben overvallen

Voltooid verleden tijd

ikhad overvallen
jijhad overvallen
hij/zij/hethad overvallen
wijhadden overvallen
julliehadden overvallen
zijhadden overvallen

Toekomende tijd

ikzal overvallen
jijzult overvallen
hij/zij/hetzal overvallen
wijzullen overvallen
julliezullen overvallen
zijzullen overvallen

Voorwaardelijke wijs

ikzou overvallen
jijzou overvallen
hij/zij/hetzou overvallen
wijzouden overvallen
julliezouden overvallen
zijzouden overvallen

Overvallen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel over- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik overval, dat ik overval), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: overvallen.

Hoofdzinik overval
Vraagoverval jij?
Bijzin… dat ik overval
Met een modaal werkwoordik wil overvallen
Voltooide tijdik heb overvallen
Met om ... teom te overvallen
Gebiedende wijsoverval!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen overvallen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

overvallen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De dief elke avond een winkel in het centrum.

  2. Verleden tijd

    Twee mannen vorige week de bank.

  3. Verleden tijd

    Een jongen de oude man op straat en nam zijn tas mee.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: overvallen, overviel, overvallen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij overvalt, maar overval jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van overvallen?

overviel (ik, jij, hij/zij/het) en overvielen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van overvallen?

overvallen, met hebben: ik heb overvallen.

Gebruik je overvallen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb overvallen, hij heeft overvallen.

Is overvallen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel over- gaat bij overvallen nooit los (ik overval, dat ik overval), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: overvallen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.