Niveau B2 · Onregelmatig, niet scheidbaar
Vervoeging van Overvallen
overvallen = to rob
- Hele werkwoord
- overvallen
- Verleden tijd
- overviel · overvielen
- Voltooide tijd
- heeft overvallen
Kort antwoord
Overvallen is in het Engels to rob. Verleden tijd: overviel (enkelvoud) en overvielen (meervoud). Voltooid deelwoord: overvallen, met hebben: ik heb overvallen.
Oefen overvallenTegenwoordige tijd
| ik | overval |
| jij | overvalt |
| hij/zij/het | overvalt |
| wij | overvallen |
| jullie | overvallen |
| zij | overvallen |
Verleden tijd
| ik | overviel |
| jij | overviel |
| hij/zij/het | overviel |
| wij | overvielen |
| jullie | overvielen |
| zij | overvielen |
Voltooide tijd
| ik | heb overvallen |
| jij | hebt overvallen |
| hij/zij/het | heeft overvallen |
| wij | hebben overvallen |
| jullie | hebben overvallen |
| zij | hebben overvallen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had overvallen |
| jij | had overvallen |
| hij/zij/het | had overvallen |
| wij | hadden overvallen |
| jullie | hadden overvallen |
| zij | hadden overvallen |
Toekomende tijd
| ik | zal overvallen |
| jij | zult overvallen |
| hij/zij/het | zal overvallen |
| wij | zullen overvallen |
| jullie | zullen overvallen |
| zij | zullen overvallen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou overvallen |
| jij | zou overvallen |
| hij/zij/het | zou overvallen |
| wij | zouden overvallen |
| jullie | zouden overvallen |
| zij | zouden overvallen |
Overvallen is niet scheidbaar
Het voorvoegsel over- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik overval, dat ik overval), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: overvallen.
| Hoofdzin | ik overval |
| Vraag | overval jij? |
| Bijzin | … dat ik overval |
| Met een modaal werkwoord | ik wil overvallen |
| Voltooide tijd | ik heb overvallen |
| Met om ... te | om te overvallen |
| Gebiedende wijs | overval! |
Oefen overvallen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
overvallen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: overvallen, overviel, overvallen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij overvalt, maar overval jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van overvallen?
overviel (ik, jij, hij/zij/het) en overvielen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van overvallen?
overvallen, met hebben: ik heb overvallen.
Gebruik je overvallen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb overvallen, hij heeft overvallen.
Is overvallen een scheidbaar werkwoord?
Nee. Het voorvoegsel over- gaat bij overvallen nooit los (ik overval, dat ik overval), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: overvallen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.