Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Preken

preken = to preach

Hele werkwoord
preken
Verleden tijd
preekte · preekten
Voltooide tijd
heeft gepreekt

Kort antwoord

Preken is in het Engels to preach. Verleden tijd: preekte (enkelvoud) en preekten (meervoud). Voltooid deelwoord: gepreekt, met hebben: ik heb gepreekt.

Oefen preken

Tegenwoordige tijd

ikpreek
jijpreekt
hij/zij/hetpreekt
wijpreken
julliepreken
zijpreken

Verleden tijd

ikpreekte
jijpreekte
hij/zij/hetpreekte
wijpreekten
julliepreekten
zijpreekten

Voltooide tijd

ikheb gepreekt
jijhebt gepreekt
hij/zij/hetheeft gepreekt
wijhebben gepreekt
julliehebben gepreekt
zijhebben gepreekt

Voltooid verleden tijd

ikhad gepreekt
jijhad gepreekt
hij/zij/hethad gepreekt
wijhadden gepreekt
julliehadden gepreekt
zijhadden gepreekt

Toekomende tijd

ikzal preken
jijzult preken
hij/zij/hetzal preken
wijzullen preken
julliezullen preken
zijzullen preken

Voorwaardelijke wijs

ikzou preken
jijzou preken
hij/zij/hetzou preken
wijzouden preken
julliezouden preken
zijzouden preken

Oefen preken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is preek. In preken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (preekte, preekten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gepreekt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij preekt, maar preek jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van preken?

preekte (ik, jij, hij/zij/het) en preekten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van preken?

gepreekt, met hebben: ik heb gepreekt.

Gebruik je preken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepreekt, hij heeft gepreekt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.