Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Proppen

proppen = to stuff

Hele werkwoord
proppen
Verleden tijd
propte · propten
Voltooide tijd
heeft gepropt

Kort antwoord

Proppen is in het Engels to stuff. Verleden tijd: propte (enkelvoud) en propten (meervoud). Voltooid deelwoord: gepropt, met hebben: ik heb gepropt.

Oefen proppen

Tegenwoordige tijd

ikprop
jijpropt
hij/zij/hetpropt
wijproppen
jullieproppen
zijproppen

Verleden tijd

ikpropte
jijpropte
hij/zij/hetpropte
wijpropten
julliepropten
zijpropten

Voltooide tijd

ikheb gepropt
jijhebt gepropt
hij/zij/hetheeft gepropt
wijhebben gepropt
julliehebben gepropt
zijhebben gepropt

Voltooid verleden tijd

ikhad gepropt
jijhad gepropt
hij/zij/hethad gepropt
wijhadden gepropt
julliehadden gepropt
zijhadden gepropt

Toekomende tijd

ikzal proppen
jijzult proppen
hij/zij/hetzal proppen
wijzullen proppen
julliezullen proppen
zijzullen proppen

Voorwaardelijke wijs

ikzou proppen
jijzou proppen
hij/zij/hetzou proppen
wijzouden proppen
julliezouden proppen
zijzouden proppen

Oefen proppen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

proppen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik al mijn kleren in de kleine koffer.

  2. Verleden tijd

    Zij de boodschappen in een oude tas.

  3. Voltooide tijd

    Hij zijn jas in zijn rugzak .

  4. Tegenwoordige tijd

    Het kind een hele koek in zijn mond.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is prop. In proppen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (propte, propten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gepropt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij propt, maar prop jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van proppen?

propte (ik, jij, hij/zij/het) en propten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van proppen?

gepropt, met hebben: ik heb gepropt.

Gebruik je proppen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepropt, hij heeft gepropt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.