Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Ritselen
ritselen = to rustle, to finagle
- Hele werkwoord
- ritselen
- Verleden tijd
- ritselde · ritselden
- Voltooide tijd
- heeft geritseld
Kort antwoord
Ritselen is in het Engels to rustle, to finagle. Verleden tijd: ritselde (enkelvoud) en ritselden (meervoud). Voltooid deelwoord: geritseld, met hebben: ik heb geritseld.
Oefen ritselenTegenwoordige tijd
| ik | ritsel |
| jij | ritselt |
| hij/zij/het | ritselt |
| wij | ritselen |
| jullie | ritselen |
| zij | ritselen |
Verleden tijd
| ik | ritselde |
| jij | ritselde |
| hij/zij/het | ritselde |
| wij | ritselden |
| jullie | ritselden |
| zij | ritselden |
Voltooide tijd
| ik | heb geritseld |
| jij | hebt geritseld |
| hij/zij/het | heeft geritseld |
| wij | hebben geritseld |
| jullie | hebben geritseld |
| zij | hebben geritseld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geritseld |
| jij | had geritseld |
| hij/zij/het | had geritseld |
| wij | hadden geritseld |
| jullie | hadden geritseld |
| zij | hadden geritseld |
Toekomende tijd
| ik | zal ritselen |
| jij | zult ritselen |
| hij/zij/het | zal ritselen |
| wij | zullen ritselen |
| jullie | zullen ritselen |
| zij | zullen ritselen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou ritselen |
| jij | zou ritselen |
| hij/zij/het | zou ritselen |
| wij | zouden ritselen |
| jullie | zouden ritselen |
| zij | zouden ritselen |
Oefen ritselen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
ritselen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is ritsel. In ritselen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (ritselde, ritselden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geritseld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij ritselt, maar ritsel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van ritselen?
ritselde (ik, jij, hij/zij/het) en ritselden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van ritselen?
geritseld, met hebben: ik heb geritseld.
Gebruik je ritselen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geritseld, hij heeft geritseld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.