Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Schijnen

schijnen = to shine, seem

Hele werkwoord
schijnen
Verleden tijd
scheen · schenen
Voltooide tijd
heeft geschenen

Kort antwoord

Schijnen is in het Engels to shine, seem. Verleden tijd: scheen (enkelvoud) en schenen (meervoud). Voltooid deelwoord: geschenen, met hebben: ik heb geschenen.

Oefen schijnen

Tegenwoordige tijd

ikschijn
jijschijnt
hij/zij/hetschijnt
wijschijnen
jullieschijnen
zijschijnen

Verleden tijd

ikscheen
jijscheen
hij/zij/hetscheen
wijschenen
jullieschenen
zijschenen

Voltooide tijd

ikheb geschenen
jijhebt geschenen
hij/zij/hetheeft geschenen
wijhebben geschenen
julliehebben geschenen
zijhebben geschenen

Voltooid verleden tijd

ikhad geschenen
jijhad geschenen
hij/zij/hethad geschenen
wijhadden geschenen
julliehadden geschenen
zijhadden geschenen

Toekomende tijd

ikzal schijnen
jijzult schijnen
hij/zij/hetzal schijnen
wijzullen schijnen
julliezullen schijnen
zijzullen schijnen

Voorwaardelijke wijs

ikzou schijnen
jijzou schijnen
hij/zij/hetzou schijnen
wijzouden schijnen
julliezouden schijnen
zijzouden schijnen

Oefen schijnen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schijnen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Vandaag de zon gelukkig weer.

  2. Verleden tijd

    Gisteren de zon de hele dag.

  3. Voltooide tijd

    De zon gisteren de hele middag .

  4. Bijzin

    We gaan naar het strand als de zon .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: schijnen, scheen, geschenen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schijnt, maar schijn jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schijnen?

scheen (ik, jij, hij/zij/het) en schenen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schijnen?

geschenen, met hebben: ik heb geschenen.

Gebruik je schijnen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschenen, hij heeft geschenen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.