Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Schrikken

schrikken = to be startled

Hele werkwoord
schrikken
Verleden tijd
schrok · schrokken
Voltooide tijd
is geschrokken

Kort antwoord

Schrikken is in het Engels to be startled. Verleden tijd: schrok (enkelvoud) en schrokken (meervoud). Voltooid deelwoord: geschrokken, met zijn: ik ben geschrokken.

Oefen schrikken

Tegenwoordige tijd

ikschrik
jijschrikt
hij/zij/hetschrikt
wijschrikken
jullieschrikken
zijschrikken

Verleden tijd

ikschrok
jijschrok
hij/zij/hetschrok
wijschrokken
jullieschrokken
zijschrokken

Voltooide tijd

ikben geschrokken
jijbent geschrokken
hij/zij/hetis geschrokken
wijzijn geschrokken
julliezijn geschrokken
zijzijn geschrokken

Voltooid verleden tijd

ikwas geschrokken
jijwas geschrokken
hij/zij/hetwas geschrokken
wijwaren geschrokken
julliewaren geschrokken
zijwaren geschrokken

Toekomende tijd

ikzal schrikken
jijzult schrikken
hij/zij/hetzal schrikken
wijzullen schrikken
julliezullen schrikken
zijzullen schrikken

Voorwaardelijke wijs

ikzou schrikken
jijzou schrikken
hij/zij/hetzou schrikken
wijzouden schrikken
julliezouden schrikken
zijzouden schrikken

Oefen schrikken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schrikken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kat van het harde geluid.

  2. Verleden tijd

    Ik toen de deur ineens dichtging.

  3. Voltooide tijd

    Wij van de brandweerauto .

  4. Bijzin

    Hij lacht omdat jullie zo snel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: schrikken, schrok, geschrokken.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schrikt, maar schrik jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben geschrokken, niet ik heb geschrokken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schrikken?

schrok (ik, jij, hij/zij/het) en schrokken (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schrikken?

geschrokken, met zijn: ik ben geschrokken.

Gebruik je schrikken met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben geschrokken, hij is geschrokken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.