Niveau A2 · Onregelmatig
Vervoeging van Schrikken
schrikken = to be startled
- Hele werkwoord
- schrikken
- Verleden tijd
- schrok · schrokken
- Voltooide tijd
- is geschrokken
Kort antwoord
Schrikken is in het Engels to be startled. Verleden tijd: schrok (enkelvoud) en schrokken (meervoud). Voltooid deelwoord: geschrokken, met zijn: ik ben geschrokken.
Oefen schrikkenTegenwoordige tijd
| ik | schrik |
| jij | schrikt |
| hij/zij/het | schrikt |
| wij | schrikken |
| jullie | schrikken |
| zij | schrikken |
Verleden tijd
| ik | schrok |
| jij | schrok |
| hij/zij/het | schrok |
| wij | schrokken |
| jullie | schrokken |
| zij | schrokken |
Voltooide tijd
| ik | ben geschrokken |
| jij | bent geschrokken |
| hij/zij/het | is geschrokken |
| wij | zijn geschrokken |
| jullie | zijn geschrokken |
| zij | zijn geschrokken |
Voltooid verleden tijd
| ik | was geschrokken |
| jij | was geschrokken |
| hij/zij/het | was geschrokken |
| wij | waren geschrokken |
| jullie | waren geschrokken |
| zij | waren geschrokken |
Toekomende tijd
| ik | zal schrikken |
| jij | zult schrikken |
| hij/zij/het | zal schrikken |
| wij | zullen schrikken |
| jullie | zullen schrikken |
| zij | zullen schrikken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou schrikken |
| jij | zou schrikken |
| hij/zij/het | zou schrikken |
| wij | zouden schrikken |
| jullie | zouden schrikken |
| zij | zouden schrikken |
Oefen schrikken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
schrikken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: schrikken, schrok, geschrokken.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schrikt, maar schrik jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben geschrokken, niet ik heb geschrokken.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van schrikken?
schrok (ik, jij, hij/zij/het) en schrokken (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van schrikken?
geschrokken, met zijn: ik ben geschrokken.
Gebruik je schrikken met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben geschrokken, hij is geschrokken.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.