Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Schuiven

schuiven = to slide, shove

Hele werkwoord
schuiven
Verleden tijd
schoof · schoven
Voltooide tijd
heeft / is geschoven

Kort antwoord

Schuiven is in het Engels to slide, shove. Verleden tijd: schoof (enkelvoud) en schoven (meervoud). Voltooid deelwoord: geschoven, met hebben / zijn: ik heb / ben geschoven.

Oefen schuiven

Tegenwoordige tijd

ikschuif
jijschuift
hij/zij/hetschuift
wijschuiven
jullieschuiven
zijschuiven

Verleden tijd

ikschoof
jijschoof
hij/zij/hetschoof
wijschoven
jullieschoven
zijschoven

Voltooide tijd

ikheb / ben geschoven
jijhebt / bent geschoven
hij/zij/hetheeft / is geschoven
wijhebben / zijn geschoven
julliehebben / zijn geschoven
zijhebben / zijn geschoven

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geschoven
jijhad / was geschoven
hij/zij/hethad / was geschoven
wijhadden / waren geschoven
julliehadden / waren geschoven
zijhadden / waren geschoven

Toekomende tijd

ikzal schuiven
jijzult schuiven
hij/zij/hetzal schuiven
wijzullen schuiven
julliezullen schuiven
zijzullen schuiven

Voorwaardelijke wijs

ikzou schuiven
jijzou schuiven
hij/zij/hetzou schuiven
wijzouden schuiven
julliezouden schuiven
zijzouden schuiven

Oefen schuiven

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schuiven in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de stoel een beetje naar links.

  2. Verleden tijd

    De kinderen de zware kast samen naar de hoek.

  3. Voltooide tijd

    Zij de tafel naar de muur .

  4. Voltooide tijd

    De auto langzaam over het natte pad .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: schuiven, schoof, geschoven.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schuift, maar schuif jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ze heeft de tafel naar de muur geschoven. Hij is een stukje naar links geschoven.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schuiven?

schoof (ik, jij, hij/zij/het) en schoven (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schuiven?

geschoven, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ze heeft de tafel naar de muur geschoven. Hij is een stukje naar links geschoven.

Gebruik je schuiven met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ze heeft de tafel naar de muur geschoven. Hij is een stukje naar links geschoven.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.