Niveau B1 · Onregelmatig
Vervoeging van Schuiven
schuiven = to slide, shove
- Hele werkwoord
- schuiven
- Verleden tijd
- schoof · schoven
- Voltooide tijd
- heeft / is geschoven
Kort antwoord
Schuiven is in het Engels to slide, shove. Verleden tijd: schoof (enkelvoud) en schoven (meervoud). Voltooid deelwoord: geschoven, met hebben / zijn: ik heb / ben geschoven.
Oefen schuivenTegenwoordige tijd
| ik | schuif |
| jij | schuift |
| hij/zij/het | schuift |
| wij | schuiven |
| jullie | schuiven |
| zij | schuiven |
Verleden tijd
| ik | schoof |
| jij | schoof |
| hij/zij/het | schoof |
| wij | schoven |
| jullie | schoven |
| zij | schoven |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben geschoven |
| jij | hebt / bent geschoven |
| hij/zij/het | heeft / is geschoven |
| wij | hebben / zijn geschoven |
| jullie | hebben / zijn geschoven |
| zij | hebben / zijn geschoven |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was geschoven |
| jij | had / was geschoven |
| hij/zij/het | had / was geschoven |
| wij | hadden / waren geschoven |
| jullie | hadden / waren geschoven |
| zij | hadden / waren geschoven |
Toekomende tijd
| ik | zal schuiven |
| jij | zult schuiven |
| hij/zij/het | zal schuiven |
| wij | zullen schuiven |
| jullie | zullen schuiven |
| zij | zullen schuiven |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou schuiven |
| jij | zou schuiven |
| hij/zij/het | zou schuiven |
| wij | zouden schuiven |
| jullie | zouden schuiven |
| zij | zouden schuiven |
Oefen schuiven
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
schuiven in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: schuiven, schoof, geschoven.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schuift, maar schuif jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ze heeft de tafel naar de muur geschoven. Hij is een stukje naar links geschoven.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van schuiven?
schoof (ik, jij, hij/zij/het) en schoven (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van schuiven?
geschoven, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ze heeft de tafel naar de muur geschoven. Hij is een stukje naar links geschoven.
Gebruik je schuiven met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ze heeft de tafel naar de muur geschoven. Hij is een stukje naar links geschoven.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.