Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Sissen

sissen = to hiss, sizzle

Hele werkwoord
sissen
Verleden tijd
siste · sisten
Voltooide tijd
heeft gesist

Kort antwoord

Sissen is in het Engels to hiss, sizzle. Verleden tijd: siste (enkelvoud) en sisten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesist, met hebben: ik heb gesist.

Oefen sissen

Tegenwoordige tijd

iksis
jijsist
hij/zij/hetsist
wijsissen
julliesissen
zijsissen

Verleden tijd

iksiste
jijsiste
hij/zij/hetsiste
wijsisten
julliesisten
zijsisten

Voltooide tijd

ikheb gesist
jijhebt gesist
hij/zij/hetheeft gesist
wijhebben gesist
julliehebben gesist
zijhebben gesist

Voltooid verleden tijd

ikhad gesist
jijhad gesist
hij/zij/hethad gesist
wijhadden gesist
julliehadden gesist
zijhadden gesist

Toekomende tijd

ikzal sissen
jijzult sissen
hij/zij/hetzal sissen
wijzullen sissen
julliezullen sissen
zijzullen sissen

Voorwaardelijke wijs

ikzou sissen
jijzou sissen
hij/zij/hetzou sissen
wijzouden sissen
julliezouden sissen
zijzouden sissen

Oefen sissen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

sissen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het vlees in de hete pan.

  2. Verleden tijd

    De kat boos naar de hond.

  3. Bijzin

    Ik hoor het, omdat de pannenkoeken in de boter .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij zachtjes om de baby stil te krijgen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is sis. In sissen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (siste, sisten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesist).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij sist, maar sis jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van sissen?

siste (ik, jij, hij/zij/het) en sisten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van sissen?

gesist, met hebben: ik heb gesist.

Gebruik je sissen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesist, hij heeft gesist.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.