Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Smokkelen
smokkelen = to smuggle, cut corners
- Hele werkwoord
- smokkelen
- Verleden tijd
- smokkelde · smokkelden
- Voltooide tijd
- heeft gesmokkeld
Kort antwoord
Smokkelen is in het Engels to smuggle, cut corners. Verleden tijd: smokkelde (enkelvoud) en smokkelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gesmokkeld, met hebben: ik heb gesmokkeld.
Oefen smokkelenTegenwoordige tijd
| ik | smokkel |
| jij | smokkelt |
| hij/zij/het | smokkelt |
| wij | smokkelen |
| jullie | smokkelen |
| zij | smokkelen |
Verleden tijd
| ik | smokkelde |
| jij | smokkelde |
| hij/zij/het | smokkelde |
| wij | smokkelden |
| jullie | smokkelden |
| zij | smokkelden |
Voltooide tijd
| ik | heb gesmokkeld |
| jij | hebt gesmokkeld |
| hij/zij/het | heeft gesmokkeld |
| wij | hebben gesmokkeld |
| jullie | hebben gesmokkeld |
| zij | hebben gesmokkeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gesmokkeld |
| jij | had gesmokkeld |
| hij/zij/het | had gesmokkeld |
| wij | hadden gesmokkeld |
| jullie | hadden gesmokkeld |
| zij | hadden gesmokkeld |
Toekomende tijd
| ik | zal smokkelen |
| jij | zult smokkelen |
| hij/zij/het | zal smokkelen |
| wij | zullen smokkelen |
| jullie | zullen smokkelen |
| zij | zullen smokkelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou smokkelen |
| jij | zou smokkelen |
| hij/zij/het | zou smokkelen |
| wij | zouden smokkelen |
| jullie | zouden smokkelen |
| zij | zouden smokkelen |
Oefen smokkelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
smokkelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is smokkel. In smokkelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (smokkelde, smokkelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gesmokkeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij smokkelt, maar smokkel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van smokkelen?
smokkelde (ik, jij, hij/zij/het) en smokkelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van smokkelen?
gesmokkeld, met hebben: ik heb gesmokkeld.
Gebruik je smokkelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gesmokkeld, hij heeft gesmokkeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.